Categorie archief: Toelichtingen

Toelichting MuziekLab

Geplaatst op

Aanleiding

In het onderwijs aan kinderen onder de 12 is me opgevallen dat heel getalenteerde of begaafde kinderen in een aantal gevallen meer willen dan wat past in de onderwijssituatie, of bij gekozen methodieken. Dit meer willen komt tot uitdrukking in veel vragen stellen, druk bewegen terwijl de situatie wordt onderzocht en onverwachte sprongen in de leerstof.

Voor deze kinderen is het MuziekLab.

Wat is het MuziekLab?

Een lab is een situatie waarin onderzoeksvragen worden gesteld en daarbij wordt uitgezocht of onderzocht wat mogelijke antwoorden zouden kunnen zijn. Er zijn Labs die vooral gericht zijn op het onderzoeken van mogelijke antwoorden en ook Labs die meer potentie hebben liggen in de mogelijkheid vragen te ontwikkelen. Het MuziekLab is zo’n tweede soort en heeft tot doel kinderen te laten kennismaken met en zich te ontwikkelen door het stellen van  fundamentele vragen die betrekking hebben op muziek in de meest brede zin van haar betekenis. Met deze vragen in het hart gaan de kinderen uitzoeken waar mogelijke antwoorden liggen en hoe je met behulp hiervan tot klank en tot muziek kunt komen.

Hoe gaan we te werk?

Gedurende twee (of meer) periodes van 6 weken, steeds onderbroken door verwerkingspauzes komen de kinderen samen in lessen van 2 uur per week. Eerst worden kinderen ingeleid in het stellen van onderzoeksvragen (als ze dat niet al kunnen) en maken mennis met zoekmethodieken. Die methodieken zullen verschillend zijn per kind, afhankelijk van leerstijl, geslacht, temperament, socialisatie en culturele achtergrond. We werken volgens het uitgangspunt van de Gelijkwaardige Communicatie, waarbij alle vragen en alle mogelijke antwoorden als waardevol worden beschouwd, en de kinderen een systeem van waarden leren hanteren om voor zichzelf uit te maken wat voor hen werkt en wat niet. Verschillen tussen kinderen zijn daarbij essentieel, omdat anders zijn een geweldige ingang is tot ontwikkeling van kennis en van gevoelsvalidatie.

De kinderen wordt gevraagd om het resultaat van onderzoek te presenteren als een compositie: dat kan door het zelf opwekken van geluid of  klank, maar ook door geluid op te nemen en te verwerken op een computer. In eerste instantie echter zal de nadruk liggen op zelf voortbrengen van klank, al dan niet met behulp van een muziekinstrument, maar ook bijvoorbeeld door stoelen over de vloer te schuiven, door bladeren te lopen, op grind te stampen, of een gordijn dicht te schuiven. Ook kan een vraag aan de orde komen of geluid en muziek op aarde anders is dan op andere planeten, en of muziek die je innerlijk hoort ook echte muziek is.

Hoe groot zijn groepen?

Idealiter bestaan groepen uit een heterogeen gezelschap van ongeveer 10 kinderen. Deze grootte maakt sociale differentiatie mogelijk, maakt mogelijk dat er genoeg verschillen zijn om mee te kunnen werken, geven vaak een vruchtbare groepsdynamiek, en leert de kinderen vormen van gezamenlijke creativiteit, waarbij de eigen invloed dienstbaar mag zijn aan het Proces van het Geheel. Deze gedacht omtrent dienstbaarheid vormt een essentie binnen de ontwikkeling van nieuw leiderschap: leiden door af te stemmen op het geheel en aldus stem te worden van een soort super-intelligentie. Super hier gebruikt in de zin van hoger, zijnde de resultaatintelligentie van een goed functionerende groep. Dat kinderen dit kunnen, zonder dat hun hogere cognitieve vermogens leeftijdconform tot rijping zijn gekomen komt doordat kinderen vaker hun intuïtie gebruiken, zijnde het vermogen om snel conceptuele noties af te leiden uit ogenschijnlijk losstaande fenomenen. Zij weten vaak niet precies wat ze doen maar vertrouwen op het proces en op de anderen, zoals in het spelen.

De muzikale uitvinder

Precies die uitvinder  mag aan de basis liggen van gezond en onderzoekend muziek maken.

Dit uitvinden-in-relatie geeft de kinderen de kans iets van henzelf te ontwikkelen dat voor anderen betekenisvol is. Het ontwikkeling van eigenheid in relatie tot een groep leidt tot een stevige basis in de persoonlijkheid, en bovendien leidt het tot interessante muziek (het is een MuziekLab tenslotte). De muziek die resultaat zal zijn van deze Lab-processen zal zeker geen groovende top-40 muziek zijn, maar zal eerder lijken op de procesmuziek van componisten als de Amerikaan John Cage, die zover ging om een toeval-spel (de I-Tjing) te gebruiken om zijn muzikale materiaal in de tijd te ordenen. Hij noemde dit “musical decisionmaking through chance operation,” en John Cage is die begaafde kunstenaar die de geprepareerde piano uitvond, of de stiltemuziek.

Kwalitatief onderwijs

Het MuziekLab is een voorbeeld van kwalitatief onderwijs dat er op gericht is longitudinale effecten in de levensloop van kinderen waarneembaar te maken. Er wordt een vuurtje ontstoken dat op gezette tijden haar warmte, of heldere licht zal tonen en het kind een draad van Ariadne in handen geeft waarmee het zichzelf af en toe uit het labyrinth van mogelijkheden kan leiden.

Dit kwalitatieve staat in tegenstelling tot het kwantitatieve onderwijs dat leerresultaten objectief wil kunnen meten en het kind daartoe onderwerpt aan gestandaardiseerde volgiettrajecten. Veel, en volgens Ken Robinson ALLE, kinderen gedijen hierin niet goed omdat het teveel is gericht op bestendiging van de vigerende kennismodellen. Het toeval, het onverwachte dat zo’n belangrijk gereedschap is in de hand van een leider vereist een geschoolde open geest. Het MuziekLab wil daartoe bijdragen.